Inleiding

terug naar vorige pagina naar Homepage deze pagina afdrukken

In de loop van enkele honderden jaren zijn er verschillende linies en stellingen aangelegd in het gebied dat we nu kennen als Noord-Brabant.  Onderstaande animatie geeft hiervan een globaal overzicht.

De eerste echte linie die aangelegd werd was de Linie van de Eendracht (1583). Deze linie diende Zeeland en Tholen te beschermen tegen een in inval vanuit Brabant. In 1628 werd deze linie vervangen door de wat oostelijker gelegen linie van Bergen op Zoom naar Steenbergen. Maar helemaal verdwenen zou hij (nog) niet

De linie van Bergen op Zoom naar Steenbergen wordt op deze site (nog) niet apart behandeld. De linie bestond uit, van noord naar zuid gelegen, het fort Henricus, de Vesting Steenbergen, de (zoute) inundatie van het Halsters Laag, de forten De Roovere, Pinssen, en Moermont op de hoger gelegen accessen ten noordoosten van Bergen op Zoom, en tenslotte uit de Vesting Bergen op Zoom. De havenmonding van Bergen op Zoom werd beschermt door de Waterschans.

 Toen aan het einde van de 17e eeuw de militaire druk vanuit Frankrijk toenam kreeg de vestingbouwer Menno van Coehoorn opdracht om de republiek te beschermen door middel van een linie langs de frontieren (grenzen). Tot die tijd werd de republiek alleen beschermd door middel van een aantal vestingen die in het grensgebied lagen, de frontiersteden. Menno van Coehoorn verbond deze steden met elkaar door middel van inundaties. Op de accessen (plaatsen die bij een onderwaterzetting droog bleven) liet hij nieuwe verdedigingswerken aanleggen. Deze grensverdediging bestond uit twee delen. Aan de oostgrens lag de Oostelijke Frontier - van Groningen tot aan Nijmegen en in het zuiden lag de Zuidelijke Frontier, van Zeeuws Vlaanderen tot aan Grave.

In de periode 1795-1814 verviel de noodzaak van deze linie en bleven alleen vestingen als Willemstad en Bergen op Zoom hun functie behouden in het kader van de kustverdediging. Rond Willemstad werden zelfs nog enkele nieuwe forten gebouwd.

Na de uitbreiding van het Koninkrijk der Nederlanden met de voormalige Oostenrijkse Nederlanden (België) kwam het zwaartepunt van de verdediging een stuk zuidelijker te liggen. De Zuidelijke Frontier bleef van ondergeschikt belang totdat in 1830 België zich afscheidde. De Zuidelijke Frontier werd weer hersteld. In de jaren 1838-1839 liep de spanning zo hoog op dat de prins van Oranje, de latere koning Willem II de Positie van Den Bosch liet versterken met nieuwe inundaties en een groot aantal veldwerken.

Toen in de loop van de 19e eeuw het zwaartepunt van de Nederlandse verdediging bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Muiden - Woudrichem) kwam te liggen werd het belang van de Zuider Frontier steeds minder. Diverse vestingen (Bergen op Zoom - Breda) werden opgeheven. In 1874 werd de Vestingwet aangenomen. Een aantal restanten van de Zuider Frontier bleven dienst doen als opnamestelling voor het veldleger en beschermden belangrijke rivierovergangen. Dit gedeelte werd vanaf die datum de Zuiderwaterlinie genoemd en liep van de Amer bij Geertruidenberg tot aan het fort Nieuw Sint Andries. Het gedeelte rond Willemstad kreeg een functie in het kader van de kustverdediging. Dit werd vanaf 1874 de Stelling van het Hollands Diep en het Volkerak genoemd. Na 1920 werden beide stellingen vrijwel geheel opgeheven.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Nederland zijn Neutraliteit te beschermen. De legerleiding hield er rekening mee dat Geallieerde troepen, via Zeeland, een inval in de richting van Antwerpen zouden kunnen gaan doen. Daarom werd er langs de Brabantse Wal een verdediging ingericht. Dit werd de Stelling West Noord-Brabant. Na de Eerste Wereldoorlog hield deze stelling weer op te bestaan.

Tegen het einde van het Interbellum, de jaren tussen de Eerste- en Tweede Wereldoorlog werd de dreiging vanuit Duitsland groter. Belangrijke rivierovergangen ging men beschermen door middel van brug- of rivierkazematten. Tenslotte werden in Brabant de Maaslinie en de Peelraamstelling aangelegd. Dit mocht niet baten. In 1940 veroverden Duitse troepen Nederland.

Tijdens de Duitse bezetting van 1940-1945 werkten de bezetters aan nieuwe verdedigingslinies. In West-Brabant werden bunkers gebouwd op de lijn Moerdijk, Willemstad en Bergen op Zoom. Daarnaast werden vliegvelden uitgebreid en werden radarinstallaties gebouwd ten bate van de luchtverdediging. Ook hiervoor werden de nodige bunkers en versterkte gebouwen aangelegd.

Na de bevrijding in 1945 werden er in Noord-Brabant geen nieuwe linies of stellingen meer aangelegd. Daarmee komt ons verhaal aan het einde.