De Zuider Frontier is ontstaan in de lager gelegen zee- en rivierklei gebieden langs de noordgrens van Noord-Brabant. Deze gebieden zijn goed te inunderen en de wateren die hier langs lopen (Eendracht, Hollands Diep, Biesbosch en Maas) konden als aanvoerlijn dienen voor bevoorrading en ondersteuning voor de steden die in dit gebied lagen (Bergen op Zoom, Willemstad, Breda, Geertruidenberg, Heusden, 's-Hertogenbosch en Grave).
Al tijdens de 80 jarige oorlog werden diverse steden in Brabant veroverd met het doel van daaruit de zuidgrens te beschermen. Ook konden vanuit deze vestingen uitvallen naar het zuiden gedaan worden. Het vormde zodoende een buffer tussen de vijand en het hart van de Republiek. Diverse steden werden hiertoe versterkt een er ontstonden enkele linies zoals de Linie van Bergen op Zoom naar Steenbergen en de Linie ten westen van Geertruidenberg. Na de 80 jarige oorlog vielen grote delen van Brabant rechtstreeks onder de Staten Generaal (Staats Brabant).
Door
het toenemende gevaar van een inval door Franse troepen van
uit het zuiden (o.a. 1672) werd in de loop van de achttiende
eeuw de Zuider Frontier ingericht. Deze ontstond uit reeds
bestaande onderdelen en werd aangevuld met diverse
inundaties en nieuwe werken zoals de
Linie
van de Munnikenhof
en het
Retranchement
bij Waspik. Ook werden diverse steden verbeterd (o.a.
Bergen op Zoom, Breda,
's-Hertogenbosch en
Grave). Dit gebeurde op
basis van plannen en ideeën van Menno van Coehoorn. De
aanleg van veel werken kwam echter vertraagd tot stand. Een
van de redenen was het feit dat ten gevolge van het
Barrièretraktaat het zwaartepunt van de verdediging
van het zuiden kwam te liggen bij de barrièresteden
in de zuidelijke Nederlanden. Door de Franse inval tijdens
de Oostenrijkse Successieoorlog, waarbij steden als
Bergen op Zoom en Maastricht
belegerd werden en vielen, bleek maar weer de noodzaak van
een goed verdedigde zuidgrens.
De Zuider Frontier sloot in het westen aan op de werken en
stellingen van Zeeuws Vlaanderen en in het oosten op de
linies langs de oostgrens.
In 1793 viel het grootste gedeelte van de linie in Franse
handen, maar onder druk van diverse troepenbewegingen
moesten zij de linie weer opgeven. Eind 1794 - begin 1795
braken de Franse troepen alsnog door de linie ten gevolge
van de strenge vorst die de inundaties buitenwerking
stelde.
Ten tijde van de Bataafse Republiek en het Franse
Keizerrijk verviel de noodzaak van de Zuider Frontier.
Alleen het westelijk deel (Bergen
op Zoom - Willemstad)
werd opgenomen in de achterhoede van de kustverdediging. Hierbij
ontstonden diverse nieuwe werken rond Willemstad.
Nadat de Zuidelijke Nederlanden in 1815 bij Nederland
gevoegd werd lag het zwaartepunt van de zuidelijke
verdediging weer in het zuiden van het huidige België.
Hieraan kwam een einde ten gevolge van de Belgische
opstand in 1830. Ten gevolge hiervan wordt de hele linie weer in staat
van verdediging gebracht. Het Brabantse gedeelte van de Zuider Frontier stond in deze
periode beter bekend als de Noord-Brabantse (Water) Linie.
In deze periode werden er behalve door de bouw van de
Stelling Vught en de
Stelling Hintham geen
grote werken meer aangelegd. Wel werden bestaande werken
gemoderniseerd.
Met de Vestingwet van 1874 kwam het zwaartepunt van 's lands verdediging in het westen te liggen. Hiervoor diende de Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Delen van de Zuider Frontier bleven in stand om te dienen als opvangstelling voor terugtrekkende troepen. Vanaf deze tijd is er sprake van de Zuider Waterlinie (zie aldaar). Willemstad en de nabijgelegen verdedigingswerken gingen op hetzelfde tijdstip deel uitmaken van de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak.
![]() |
||
![]() |
||