De Zuider Frontier / Noord-Brabantse (water)linie

terug naar vorige pagina naar Homepage deze pagina afdrukken

Ligging Google Earth

De Zuider Frontier is ontstaan in de lager gelegen zee- en rivierklei gebieden langs de noordgrens van Noord-Brabant. Deze gebieden zijn goed te inunderen en de wateren die hier langs lopen (Eendracht, Hollands Diep, Biesbosch en Maas) konden als aanvoerlijn dienen voor bevoorrading en ondersteuning voor de steden die in dit gebied lagen (Bergen op Zoom, Willemstad, Breda, Geertruidenberg, Heusden, 's-Hertogenbosch en Grave).

Geschiedenis

voorgeschiedenis (tot 1698)

Al tijdens de 80 jarige oorlog werden diverse steden in Brabant veroverd met het doel van daaruit de zuidgrens te beschermen. Ook konden vanuit deze vestingen uitvallen naar het zuiden gedaan worden. Het vormde zodoende een buffer tussen de vijand en het hart van de Republiek. Diverse steden werden hiertoe versterkt een er ontstonden enkele linies zoals de Linie van Bergen op Zoom naar Steenbergen en de Linie ten westen van Geertruidenberg. Na de 80 jarige oorlog vielen grote delen van Brabant rechtstreeks onder de Staten Generaal (Staats Brabant).

1698 tot 1795

Door het toenemende gevaar van een inval door Franse troepen van uit het zuiden (o.a. 1672) werd in de loop van de achttiende eeuw de Zuider Frontier ingericht. Deze ontstond uit reeds bestaande onderdelen en werd aangevuld met diverse inundaties en nieuwe werken zoals de Linie van de Munnikenhof en het Retranchement bij Waspik. Ook werden diverse steden verbeterd (o.a. Bergen op Zoom, Breda, 's-Hertogenbosch en Grave). Dit gebeurde op basis van plannen en ideeën van Menno van Coehoorn. De aanleg van veel werken kwam echter vertraagd tot stand. Een van de redenen was het feit dat ten gevolge van het Barrièretraktaat het zwaartepunt van de verdediging van het zuiden kwam te liggen bij de barrièresteden in de zuidelijke Nederlanden. Door de Franse inval tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, waarbij steden als Bergen op Zoom en Maastricht belegerd werden en vielen, bleek maar weer de noodzaak van een goed verdedigde zuidgrens.
De Zuider Frontier sloot in het westen aan op de werken en stellingen van Zeeuws Vlaanderen en in het oosten op de linies langs de oostgrens.
In 1793 viel het grootste gedeelte van de linie in Franse handen, maar onder druk van diverse troepenbewegingen moesten zij de linie weer opgeven. Eind 1794 - begin 1795 braken de Franse troepen alsnog door de linie ten gevolge van de strenge vorst die de inundaties buitenwerking stelde.

1795 tot 1874

Ten tijde van de Bataafse Republiek en het Franse Keizerrijk verviel de noodzaak van de Zuider Frontier. Alleen het westelijk deel (Bergen op Zoom - Willemstad) werd opgenomen in de achterhoede van de kustverdediging. Hierbij ontstonden diverse nieuwe werken rond Willemstad.
Nadat de Zuidelijke Nederlanden in 1815 bij Nederland gevoegd werd lag het zwaartepunt van de zuidelijke verdediging weer in het zuiden van het huidige België. Hieraan kwam een einde ten gevolge van de Belgische opstand in 1830. Ten gevolge hiervan wordt de hele linie weer in staat van verdediging gebracht. Het Brabantse gedeelte van de Zuider Frontier stond in deze periode beter bekend als de Noord-Brabantse (Water) Linie.
In deze periode werden er behalve door de bouw van de
Stelling Vught en de Stelling Hintham geen grote werken meer aangelegd. Wel werden bestaande werken gemoderniseerd.

1874 tot heden

Met de Vestingwet van 1874 kwam het zwaartepunt van 's lands verdediging in het westen te liggen. Hiervoor diende de Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Delen van de Zuider Frontier bleven in stand om te dienen als opvangstelling voor terugtrekkende troepen. Vanaf deze tijd is er sprake van de Zuider Waterlinie (zie aldaar). Willemstad en de nabijgelegen verdedigingswerken gingen op hetzelfde tijdstip deel uitmaken van de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak.

.
 

 
.