Deze stelling is gelegen waar het Hollands Diep, het Volkerak en het Haringvliet samenkomen.
De Stelling van het Hollands Diep en het Volkerak heeft tot doel een eventuele aanval via het Volkerak en het Hollands Diep op het zuidelijk gedeelte van Holland te voorkomen. Daarnaast beschermt het ook de verbinding over water tussen holland en Zeeland en kon het dienen als opvangstelling voor uit Brabant naar Holland terugtrekkende troepen.
Reeds in de 80 jarige oorlog werd het strategisch belang van dit gebied ingezien. Ten gevolge daarvan werd de Vesting Willemstad gebouwd.
Ten tijde van het Koninkrijk Holland onder koning Lodewijk Napoleon werd Willemstad opgenomen in de tweede linie van de kustverdediging. De positie werd versterkt door de aanleg van het fort Duquesne, de batterijen en het retranchement bij Ooltgensplaat en het fort de Ruyter, ten zuiden van Willemstad.
Willemstad en de werken rond Willemstad maakten tot 1874 deel uit van de Zuider Frontier. Met de Vestingwet van dat jaar werd bepaald dat het een zelfstandige stelling werd en kreeg het de naam "Stelling van het Hollands Diep en het Volkerak".
De meeste van de werken die deel uitmaakten van de stelling werden in de daarop volgende jaren verbeterd.
In 1922 werd de stelling opgenomen in het nieuw gevormde Zuidfront van de Vesting Holland. Kort daarna werd bepaald dat de noordoever van het Hollands Diep en het Haringvliet de zuidgrens van het Zuidfront zouden gaan vormen. Alle werken ten zuiden daarvan werden opgeheven. Toch was dit niet het einde. Tijdens de mobilisatie in het begin van 1940 werden er in en rond Willemstad nog troepen gelegerd ter beveiliging van de overtocht van uit West-Brabant terugtrekkende troepen. Fort De hel werd daarbij weer gebruikt als steunpunt. In de meidagen van 1940 vonden hier nog enkele schermutselingen plaats. Het Fort Prins Frederik werd ondermeer gebruikt om geïnterneerde NSB'ers onder te brengen.
