De Peel-Raamstelling loopt van Grave aan de Maas via Bruggen, De Rips, Griendtsveen, Helenaveen, Meijel, Roggelschedijk, Nederweert tot aan de Belgische grens bij het dorp Dorplein.
Aanvankelijk werd de Peel-Raamstelling en de daarvoor liggende Maaslinie gebouwd om in geval van een onverwachte inval vanuit het Oosten er voor te zorgen dat het Nederlandse leger gemobiliseerd, en de belangrijkste stellingen in het westen op sterkte gebracht konden worden. In mei 1940 werd door generaal H.G. Winkelman bepaald dat de Peel-Raamstelling in ieder geval zolang mogelijk verdedigd moest worden om de troepen die in midden Brabant gelegerd waren de gelegenheid te geven zich terug te trekken naar de Betuwe en de Vesting Holland. Bij deze plannen ging men er ook vanuit dat de Franse troepen hun verdediging zouden uitbreiden naar het noorden tot in Zeeland en West-Brabant.

Foto 1. Het defensiekanaal bij Mill met op de voorgrond de S-kazemat 538 en de op de achtergrond de S-kazemat 539
Opbouw
De Peel-Raamstelling bestond uit een aaneengesloten strook van inundaties en versperringen. Daarbij werd ook gebruik gemaakt van bestaande waterwegen zoals het Kanaal van Deurne en de Zuid-Willemsvaart. Tussen Mill en Griendtsveen werden deze natte versperringen versterkt door de aanleg van het Defensiekanaal.
Direct achter deze natte versperringen lag een kazemattenlinie. Ter hoogte van de geïnundeerde delen van de stelling was deze echter minder zwaar. Het merendeel van de kazematten die hiervoor gebruikt werden waren van de volgende modellen:
| Type S - ook wel stekelvarken genoemd - een lichte kazemat met
drie schietgaten. Deze kazematten waren bewapend met één lichte
mitrailleur en lagen tussen de 200 à 400 meter van elkaar af om zowel
flankerend en frontaal vuur uit te kunnen brengen. Dit model was vrij
kwetsbaar vanwege hun afmetingen en grote schietgaten. Veel van dit model
kazematten werd dan ook uitgeschakeld door een directe treffer op een van
de schietgaten. |
![]() Foto 2. S-kazemat nr. 533, een solide voetsuk voor een familiefoto. (Foto m.m.v. Ludwig van Dijk) |
|
Type B - een flankerende kazemat van gewapend beton. Deze
kazematten waren bewapend met één zware mitrailleur en lagen ongeveer
1000 meter van elkaar af. Doormiddel van een voorgelegen zware dekking van
gewapend beton waren ze beveiligd tegen directe treffers op het
schietgat. |
![]() Foto 3. B-kazemat nr. 37 bij Weert langs het kanaal. (Foto: René Ros) |
| Type G - kazematten met een gietstalen koepel in een betonnen ombouw. Ook deze kazematten waren bewapend met één zware mitrailleur en dienden om frontaal vuur af te geven op accessen door de stelling. Dit model kazemat was van een klein model waardoor ze een moeilijk doel waren voor vijandelijk vuur. |
![]() Foto 4. G-kazemat bij Vlissingen. In de Peel-Raamstelling zijn geen kazematten van dit model meer te vinden. (Foto: Sander van Valen) |
Bij het wegen- en kanalenknooppunt van Nederweert werden nog vijf zware rivierkazematten aangelegd. Verder werden er -in afwachting van de bouw van de definitieve versterkingen -door de troepen van de Peeldivisie een aantal kazematten/schuilplaatsen gebouwd. Deze waren van afwijkende modellen. Een aantal van deze zijn nog te vinden langs de Zuid-Willemsvaart tegenover Weert.
De ruimten tussen de kazematten langs het Defensiekanaal werden verder afgesloten met prikkeldraadversperringen. Achter het Defensiekanaal werden verder nog mijnenvelden, loopgraven- stellingen, commandoposten en afwachtingsdekkingen aangelegd.
Afbeelding 1. Reconstructie van de plaatsing van een S-kazemat langs het Defensiekanaal met bijbehorende prikkeldraadversperringen. (naar: Militaire Spectator 110 (1941), bijvoegsel 3)
Op 10 mei 1940 werd de Peel-Raamstelling verdedigd door de Peeldivisie, zes bataljons infanterie en een verouderde afdeling lichte artillerie. In de vroege ochtend van 10 mei werd de stelling bij Mill doorbroken door een pantsertrein waarvan de meegevoerde eenheden daarna de stelling in de rug aanvielen. Door daadkrachtig optreden van de Nederlandse artillerie en een regiment Huzaren-Motorrijders werd voorlopig erger voorkomen. Een deel van de stelling bleef echter wel in handen van Duitse troepen. Aan het begin van de avond van de 10e mei werden delen van de stelling aangevallen door Duitse duikbommenwerpers, in de loop van de avond gevolgd door een frontale aanval door Duitse grondtroepen.
Maar voor die tijd was de commandant van de Peel-Raamstelling al tot de conclusie gekomen dat de doorbraak bij Mill definitief was en langer wachten met terugtrekken alleen maar tot gevolg kon hebben dat de andere delen van de stelling vanuit het zuiden omtrokken of vanuit de doorbraak bij Mill opgerold konden worden. Hierdoor besloot hij de troepen terug te trekken tot achter de Zuid-Willemsvaart. Echter niet alle troepen ontvingen deze orders en bleven dus in stelling. Voor velen was het frustrerend terug te moeten trekken zonder een schot gelost te hebben. Een groot gedeelte van de stelling is nooit bij de gevechten betrokken geraakt.
Restanten

langs het Defensiekanaal, dat grotendeels aanwezig is, liggen nog vele
model S- en B-Kazematten. De G-kazematten zijn meestal verdwenen omdat al
in de oorlog door de Duitse troepen de gietstalen koepels tot schroot
verwerkt zijn. Langs de Zuid-Willemsvaart en rond Odiliapeel zijn vrijwel
alle kazematten gesloopt. Op één na zijn de rivierkazematten bij
Nederweert verdwenen. Op de noordelijke oever van de Zuid-Willemsvaart bij
Weert staan nog een S-kazemat, enkele B-kazematten en diverse betonnen
schuilplaatsen gebouwd door de Peeldivisie.
